Het is half tien in de morgen wanneer ik voet zet op Britse bodem. Het was een mooie reis over zee. Langzaam reizen per boot heeft een charme die ik een beetje was vergeten. Wandelen aan dek, hoofd in de wind, mooie wolkenluchten… En aan boord slaap je als een marmot terwijl je zacht heen en weer wordt gewiegd op de golven.

Vanaf Newcastle, waar de boot aankomt, bereik je in een uurtje de Schotse grens. En voorbij Edinburgh kom je in één van de meest ongerepte gebieden van Europa. Mijn reis gaat naar het Craigellachie hotel, in het hart van de Speyside. Om er te komen reis je dwars door een natuurgebied wat zijn weerga niet kent: de Cairngorms. De vergezichten en het licht in de Cairngorms zijn haast niet van deze wereld. Je rijdt door imposante landschappen waarbij je je afvraagt of het allemaal het wel echt is wat je ziet. En je gaat hoog, heel hoog zelfs. Voor wie het nog niet wist: in Schotland en de Cairngorms zijn fraaie skigebieden te vinden.

In de namiddag kom ik, moe maar voldaan, aan bij het Craigellachie Hotel. Ik word zeer vriendelijk en in het Nederlands welkom geheten door Daniël. Hij is getrouwd met een Schotse en is één van de managers van het hotel. Het Craigellachie Hotel is heel chique maar niet pretentieus. Het heeft een aangename ‘homely charm’ en er is veel bewaard gebleven uit de laat Victoriaanse tijd waarin het werd gebouwd. De kamers zijn prachtig, het eten is voortreffelijk en in The Quaich Bar kun je kiezen uit meer dan vijfhonderd whisky’s. Het hotel en de omgeving vormen een Walhalla voor elke whisky- en natuurliefhebber.

Vlakbij Craigellachie ligt Dufftown. Hier vind je ondermeer de distilleerderijen van Glenfiddich, Balvenie, Glenlivet en van nog veel meer klinkende namen. Een tour door de distilleerderijen en langs de warehouses is een must en een feest voor de zintuigen. Bij Glenfiddich kreeg ik een speciale tour van Bert, ook een Nederlander. Ik heb het voorrecht om rechtstreeks van een vat van twaalf jaar iets te proeven: een zeer aangename ervaring. Ook de tour bij Aberlour is zeer de moeite waard. Julian, die de tour geeft, is een combinatie van een whiskyexpert en een stand-up-comedian. Je leert veel tijdens de tour en je lacht je tegelijkertijd te pletter. Na vier dagen is het tijd om verder te reizen. Het is vroeg in de morgen wanneer ik mijn spullen in de auto laadt. De zon schijnt en ik ruik een heerlijke zoete geur. Het is de geur van de John Dewar Distillery die zo’n beetje in de achtertuin van het hotel ligt.

Daniël heeft me aangeraden om naar Skye aan de westkust te gaan. Er zijn twee routes. Voor wie Loch Ness nog niet kent is het hele goede optie om bij Inverness in zuidelijke richting te rijden. Voor wie van ruig en ongerept houdt is de noordelijke route via Craig heel geschikt. Ik kies voor de laatste optie. Skye is een bijzonder eiland en verenigt veel van wat Schotland te bieden heeft. Het eiland heeft zo’n beetje de hoogste bergketen van Schotland en de kustlijn en kliffen zijn zeer indrukwekkend. Mijn reisbestemming in het Skeabost Country House. De naam doet een hoop vermoeden. Het is een oude Country Club uit 1872 die verbouwd is tot hotel met een aantal luxe suites.

Skeabost is stijl in het kwadraat en het oude interieur is bijna volledig intact gebleven. De haard brandt, de chesterfields zitten heerlijk en de whisky staat op tafel. Beter onthaasten dan op deze plek is niet mogelijk… De poolroom is een plaatje om te zien en lijkt op een filmdecor waarin je honderd jaar terug gaat in de tijd. Het eten in Skeabost is erg goed en laat zich omschrijven als een combinatie van traditie en haute cuisine. Skeabost ligt in het hart van Skye en is een goede uitvalsbasis voor dagtrips.

Skye is groot, ongerept en wijds. Een trip langs de noord- en westkant van het eiland is zeer aan te raden, evenals een bezoekje aan Dunvegan Castle en de distilleerderij van Talisker. Bij Talisker ontmoet ik Georgie, de brandmanager van het bedrijf die ik eerder in Nederland heb ontmoet tijdens het Whiskyfestival in Leiden. Haar kantoor kijkt uit over het water waar regelmatig dolfijnen langs zwemmen. Ze heeft het mooiste kantoor van de wereld vindt ze zelf. En terecht…

Na drie dagen Skye is het tijd om verder te gaan. Er is wel een ‘weather alarm’ vanwege hevige sneeuwval. Ik zie wel hoever ik kom. Het is nog een lange weg naar Edinburgh… Het valt gelukkig mee met de sneeuw en de reis verloopt voorspoedig. Onderweg kom ik nog langs één van de meest desolate distilleerderijen van Schotland: het is de distilleerderij van Dalwhinnie waar mijn favoriete single malt vandaan komt. Dalwhinnie is prachtig om te zien, ligt in een immense vallei en wordt omringt door hoge bergtoppen. Ik ben helaas net te laat voor de tour. Die doe ik een volgende keer…

Bij het vallen van de avond kom ik aan bij mijn hotel vlakbij Edinburgh. Morgen rij ik naar Newcastle om op de boot naar Nederland te stappen. De reis is bijna ten einde. Ik heb een hoofd vol mooie herinneringen en vraag me af wat dit land zo bijzonder maakt. Zijn het de landschappen, het licht en de rotsen van soms drie miljard jaar oud? Zijn het de roemruchte geschiedenis van het gebied en de legendarische whisky’s die er vandaan komen? Wat het ook is, Schotland heeft een magische uitstraling die me nog lang bij zal blijven. Ik ben er nog lang niet op uitgekeken. Dat zal ook wel nooit gebeuren.

http://www.dfds.nl

http://www.craigellachie.com/

http://www.oxfordhotelsandinns.com/